Profiel voor leiderschap-28apr-EBK

Profiel voor leiderschap

Zondagmorgen 26 april 2020, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: 1 Samuël 16: 1-13 en Johannes 21: 15-19

Preek 26 apr 1

 

 

 

 

 

 

 

 

Door wie of door wat laten wij ons leiden?
Anders gezegd: Door wie of door wat worden wij geregeerd?
Wie heeft het voor het zeggen in ons leven?
Dat is natuurlijk wel een mooie vraag op de dag voor koningsdag.
Want morgen vieren we de verjaardag van onze koning, Willem Alexander, hij is onze koning.
Dus door hem worden wij geregeerd.
Nou ja, iedereen weet wel dat dat niet zo is.
Zo was dat vroeger: de koning regeerde over zijn onderdanen, en sommige koningen deden dat heel goed. Die hadden oog en hart voor de mensen over wie ze regeerden.
Andere koningen hadden vooral hun eigen belang op het oog, en lieten hun volk soms gewoon creperen.
De ene koning gaf zijn mensen veel speelruimte, de ander hield ze in de tang.
Maar dat is verleden tijd. Koningen hebben nauwelijks nog macht. Koning Willem Alexander heeft veel meer een symbolische functie. De macht ligt niet bij hem maar bij anderen.
Wat niet wil zeggen dat er geen machthebbers zijn die zich gedragen als ouderwetse koningen.
Zeker in deze crisis tijd zie je hoe machthebbers zich soms ontpoppen als ouderwetse koningen die de situatie vooral lijken te gebruiken om nog meer macht naar zich toe te trekken. Kort houden die mensen.
Denk aan iemand als Victor Orban, de premier van Hongarije die de crisis gebruikt om de mensen die het niet met hem eens zijn nog meer de mond te snoeren.
Denk aan Donald Trump die van alles roept en schreeuwt en twittert, waarvan ieder weldenkend mens moet zeggen dat het vaak blufpoker is of tegenstrijdig of onzin, als een dwarse puber die altijd z’n gelijk wil hebben en naar niemand wil luisteren. En daar ook nog mee weg komt.
Denk aan Vladimir Poetin, de president van Rusland, die de grondwet verandert met de bedoeling om nog 16 jaar aan de macht te blijven.
Ouderwetse koningen, stoere buitenkant, grote woorden, zij hebben altijd gelijk. En hun onderdanen? Die mogen naar hun pijpen dansen.
Nee, onze Nederlandse regering is dan – gelukkig zeg ik maar – van een ander soort.
Maar toch, we zitten nu toch wel heel erg in de tang van allerlei beperkende maatregelen vanwege het coronavirus: De regering houdt ons kort, allerlei vrijheden zijn ons ontnomen, heel veel wat niet kan en niet mag,
waardoor we veel mensen helemaal niet meer kunnen of mogen bezoeken,
waardoor bedrijven in de problemen komen. Noem maar op.
Veel mensen maken zich zorgen, liggen er wakker van, ik soms ook.
Of is het het virus dat ons in de tang houdt, op verschillende manieren? Ik denk dat dat het is.
De regering zou het liefste al die beperkende maatregelen opheffen, maar ze zijn voorlopig nodig.
Het virus houdt ons in de tang, dat tiranniseert ons.
Dan is het, denk ik, ontzettend belangrijk dat we ons niet door dat virus laten regeren.
Dat kan zomaar ons leven gaan beheersen.
Maar de Bijbelse verhalen zeggen mij: Laat dat niet gebeuren!
Laat je regeren door iets anders, laat je leiden door iemand anders.
Laten we, om het met de woorden van ons volkslied te zeggen: de tirannie verdrijven.
Hoe dan?
Mijn moeder zegt dan: We kunnen alleen maar onze handen vouwen. En gelijk heeft ze.
Deze crisis bepaalt ons weer bij het gegeven dat wij heel veel in ons leven niet in eigen hand hebben, dat we afhankelijk zijn van allerlei factoren die we lang niet altijd beheersen, dat het een kracht is als je in zo’n situatie kunt leven in afhankelijkheid. Leg je leven in Gods handen.
We kunnen alleen maar onze handen vouwen.
Ik zeg er dan altijd achteraan: en onze handen wassen.
We moeten ook doen wat we kunnen doen om die onzichtbare vijand te verslaan.
Handen vouwen en handen wassen.
In het Wilhelmus staat het mooi bij elkaar:
“Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer!
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar te aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.”
Handen vouwen en handen wassen.

Over regeren gaat het ook in de eerste lezing van vandaag, 1 Samuël 16. Dat is een soort profielschets van een goede leider, een goede koning.
Het begint koning Saul, die zijn langste tijd gehad heeft.
Het koningschap van Saul, de eerste koning van Israël, is mislukt.
De profeet Samuel had nog gewaarschuwd om het niet te doen.
Een koning heeft nogal eens de neiging om macht naar zich toe te trekken, mensen te kleineren.
Gód is toch jullie koning, God die mensen bevrijdt uit tirannie, die mensen de ruimte, de speelruimte geeft.
Samuel in eerste instantie tegen.
Maar, heel democratisch, het volk wil een koning, en het gebeurt. Saul. Geen succes.
Samuel wordt er nu op uit gestuurd, naar Betlehem, om een nieuwe koning te zalven.
Betlehem, dat kennen we, van het kerstverhaal, daar komt ook die andere koning vandaan, een verre nazaat van David: Jezus, die man naar Gods hart.
En de oproep vanuit de Bijbel is om ons juist door hem te laten regeren: hij ging de pijn en de moeite niet uit de weg, en in dat alles liet hij zich voluit regeren door de liefde.

Prachtig om te zien hoe het daar toegaat in Betlehem.
Daar zie je de verleiding van de buitenkant.
Hoe belangrijk is de buitenkant, hoe belangrijk is de binnenkant?
Mensen worden snel beoordeeld op hoe ze eruit zien.
En andersom: sommige mensen doen zich graag groter voor dan ze zijn.
Samuel trapt ook in die val van de buitenkant.
Al bij de eerste zoon van Isai die hij ziet valt hij voor die buitenkant.
“Maar de HEER zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte… Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.”
Dat vind ik een bevrijdende uitspraak,
zeker in een tijd waarin het zo belangrijk gevonden wordt hoe je er uit ziet.
Dan is het bijna komisch hoe het verder gaat.
Al die zonen van Isaï komen voorbij, stuk voor stuk geschikte kandidaten in de ogen van Samuel, mánnen die er zijn mogen.
Eén voor één presenteren ze zich, als in een verkiezingstournee.
Maar ze worden allemaal afgewezen.
Dan pas komt vader Isai op de proppen met de kleinste.
“De jongste is er niet bij, die hoedt de schapen en de geiten.”
Die achtste, dat vijfde wiel aan de wagen, waar eigenlijk niemand mee rekent, een herdertje bij de schapen.
Ze waren vergeten hem te vragen, of ze vonden het niet nodig: te klein, te onbetekenend.
Maar God ziet het hart aan.
Dat is sowieso al iets dat bij God hoort, dat hij speciaal oog en hart heeft voor de kleine en vergeten mensen.
Het zijn parels in zijn oog.
Juist met kleine mensen kan God wat beginnen, zo lijkt het wel.
Misschien is het ook wel zo dat kleine, onaanzienlijk mensen zich beter kunnen verplaatsen in andere kleine, onaanzienlijke mensen, en dat ze misschien daarom wel meer geschikt zijn als kandidaat voor het leiderschap.
Wat voor koning, wat voor leider wil God? Een herder!
Een herder die hart heeft voor zijn schapen,
een herder die - dat verhaal lezen we elders in de bijbel - die als hij 1 van de 100 schapen kwijt is alles doet wat hij kan om die ene terug te vinden.
Een herder die zich laat inspireren door de manier waarop God er voor de mensen is.
Ik denk aan dat bekende lied, een psalm van David:
De HEER is mijn herder…
hij geeft mij nieuwe kracht…
Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij…
Zo wil God er voor mensen zijn, als een goede herder.
Dan is een mens een geschikte kandidaat voor het koningschap, voor het leiderschap, als die een herder wil zijn.
David wordt door Samuel gezalfd tot koning.
De laatste die de eerste wordt.
Ik hoop altijd maar dat regeringsleiders, of bedrijfsleiders, of schoolleiders, of wat voor leiders ook, op die manier leider willen zijn. Als een goede herder.

In de lezing uit het evangelie van Johannes komt datzelfde motief terug, van dat herder-zijn.
Het is een van de verschijningen van de Opgestane waarvan het evangelie vertelt. Petrus wordt hier bevraagd, Petrus met zijn soms wat grote mond, die ineens een heel klein hartje bleek te hebben.
Hier is het toenaderingsgeprek.
Drie keer wordt gevraagd: heb je mij lief?
Laat je niet regeren door wat er misgaat of misgegaan is, blijf daarin niet vastzitten, kom eruit, heb lief.
Ze komen weer tot elkaar, Jezus en Petrus.
Hij krijgt dan de opdracht mee: Weid mijn schapen.
M.a.w. laat je regeren door de liefde, wees als een goede herder voor wie op jouw pad komt.