Echte vrijheid-3mei-CWvdM

Overdenking op 3 mei 2020

Lezingen: 1 Samuel 17: 4-11, 32-51; 2 Timotheus 4: 16-18
Thema: Echte vrijheid

Gemeente van Jezus Christus,

In het Historisch Jaarboek Westland van het jaar 2020 staat een artikel over het lot van de Joodse slagersfamilie van Leeuwen uit Monster. Vader Mozes van Leeuwen was kort voor de oorlog overleden. Maar zijn vrouw Eva, hun zoon Levie en dochter Louise en hun echtgenoten zijn in 1942 door de Duitse bezetter weggevoerd en via kamp Westerbork in Auschwitz terechtgekomen. Daar zijn ze al snel na aankomst vermoord. In februari 2016 zijn er vijf struikelstenen voor het gezin van Leeuwen geplaatst.
Getuigen van de oorlog zijn er steeds minder. Mensen die het zelf aan den lijve hebben ervaren. Maar iedere struikelsteen laat een naam zien. Achter iedere naam staat het verhaal van een mensenleven. Ieder verhaal dat verteld wordt doordringt ons van de gruwel van het geweld, de bruutheid van een regime dat geen greintje respect kende voor een mensenleven.
Morgen, op 4 mei, staan we stil bij de pijn en het verdriet die mensen door het oorlogsgeweld en de vervolging zijn aangedaan. Staan we stil bij de onafzienbare lijst met namen van slachtoffers. Denken we aan de mensen die hun leven opgeofferd hebben om de wrede overheersing te weerstaan, en de hoop op vrijheid levend te houden. Die vrijheid is er weer gekomen. Maar tegen een hoge prijs. Alleen als we dat niet vergeten kunnen we ons bewust zijn hoe belangrijk vrijheid is voor een mensenleven.
Het is of de brutaliteit van het nietsontziende geweld ons in de figuur van Goliath tegemoet treedt. Tachtig jaar geleden had hij zonder problemen deel uit kunnen maken van een Sonderkommando van de SS. De manier waarop hij getekend wordt sluit aan bij de cultuur van lichaamsverheerlijking van de nazi’s. Groot is hij. En sterk. En tot de tanden toe gewapend. De punt van zijn speer woog een kilo of zes. Hij droeg een harnas van ruim vijftig kilo. Een wandelende tank, zo wordt Goliath beschreven.
En zijn manier van spreken past daar precies bij. Zijn woorden staan bol van kwaadaardigheid en minachting. Hij daagt uit tot een tweegevecht. Geweld moet beslissen over de loop van de geschiedenis. Een woord als rechtvaardigheid staat niet in zijn woordenboek te lezen. Het is de gepantserde vuist die zal regeren, als het aan hem ligt. En daar twijfelt hij geen seconde aan. Want wie zou hem kunnen verslaan? Hij voelt zich ver verheven boven de mensen van het volk Israël. Hij is immers een vrije Filistijn. En de mensen tegenover hem? Hij noemt hen slaven. Slaven van Saul. Het is de ideologie van het Herrenvolk die we hier horen ronken. Goliath kijkt naar de mensen tegenover zich en ziet alleen een minderwaardig soort. Slavenvolk. Untermenschen, zeiden de nazi’s. Geen probleem om dat soort te intimideren en te vertrappen.
Worden mensen daar bang van? Nou, reken maar. Dat is in ieder geval wat verteld wordt over koning Saul en het hele leger van Israël. Ze staan te trillen op hun benen en ze hebben geen idee wat ze er tegen kunnen doen. Misschien zit er niets anders op dan maar toe te geven en zich te onderwerpen. Het doet me denken aan de houding van de landen rondom Duitsland in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen dinsdag zag ik een aflevering van een serie programma’s over het leven van de Joodse schilder Marc Chagall. Die leefde in de jaren dertig in Frankrijk. Hij maakte een schilderij over de Kristallnacht. De nacht van 9 op 10 november 1938 toen de etalageruiten van Joodse winkels in Duitsland werden ingegooid, synagogen in vlammen opgingen en duizenden Joodse mensen naar concentratiekampen werden afgevoerd. Chagall verbeeldde die gruwel in een schilderij. Maar er mochten op dat schilderij vooral geen herkenbare nazisymbolen als het hakenkruis staan. Dat zou strafbaar zijn. Dat was belediging van een bevriend staatshoofd. Vond de Franse regering.
Ik vraag me af of we daarvan geleerd hebben. In China zit een miljoen Oeigoeren opgesloten in concentratiekampen, maar president Xi Jing Ping is toch vooral een bevriend staatshoofd. We moeten natuurlijk wel handel kunnen drijven met China. Al was het alleen maar om de mondkapjes die we niet in ons eigen land kunnen maken en die China wel kan leveren. Hoever staan we af van Saul, die zich laat intimideren door gepantserde overmacht en niet weet hoe hij daar op moet reageren?
Dat weet hij nog niet wanneer er iemand blijkt te zijn die niet verstijfd is van angst. David is de enige die de moed niet verliest. Want wat reikt Saul hem aan? Dezelfde soort uitrusting als Goliath draagt. Een helm. Een harnas. Een maatje kleiner, wellicht. Maar Saul was ook iemand die een kop boven iedereen uitstak. Al was hij geen twee meter. Saul tapt uit hetzelfde vaatje als Goliath. Brons en ijzer. Harnas en speer. Het klinkt als een wapenwedloop. Met geweld opbieden tegen geweld. En David probeert het. De uitrusting past hem nog ook, dus blijkbaar was het geen kleine jongen. Maar hij komt er geen meter verder mee. Het is te zwaar, te log. Hij kan er niet in bewegen.
David bestrijdt het geweld op een andere manier. David moet het in de eerste plaats hebben van vertrouwen. Hij is een herder. Hij beschermt het leven van zijn schapen en redt zijn schapen uit de muil van roofdieren. Maar dat kan hij alleen omdat hij vertrouwt dat hij zelf gered wordt uit diezelfde roofdiermuil. Gered door God. Het is hetzelfde vertrouwen dat mensen in de oorlog de moed gaf om Joodse onderduikers te helpen, bevolkingsregisters zoek te maken, bonkaarten te vervalsen en illegale kranten uit te brengen. Vertrouwen op God geeft moed.
En het geeft mensen een andere mentaliteit. Een andere levensovertuiging. Het maakt dat mensen beseffen dat ze niet alleen zijn, dat de wereld niet alleen om hen draait, maar dat ze deel uitmaken van een groter verband. Dat leert een mens respect te hebben voor het leven van een ander. Een mens leeft niet uit eigenmacht. Een mens leeft in het licht van Gods macht. Het verhaal maakt duidelijk dat David zo in het leven staat. Hij ziet zijn leven als deel van een groter verband. Dat zie je in het verhaal door hoe hij over zichzelf spreekt. Het is jammer dat dat in de vertaling is weggevallen. Weet u nog dat Goliath de mensen van het volk Israël honend ‘slaven van Saul’ noemde? Datzelfde woord, dat met ‘slaaf’ wordt weergegeven in de vertaling, gebruikt David voor zichzelf. Hij noemt zich een dienaar, zo je wilt een slaaf van Saul, die immers de gezalfde koning is. Tot drie keer toe noemt David zich een dienaar. Als dienaar van de gezalfde is hij een dienaar van God. David vraagt zich niet af hoe hij de baas kan zijn. David vraagt zich af hoe hij een dienaar kan zijn. Hoe hij mensen kan dienen. Hoe hij het leven kan dienen. Hoe hij God kan dienen.
David wil voor mensen zorgen. Daarom treedt hij Goliath tegemoet met zijn herdersstaf. Het symbool van iemand die zorgt. Een wapen van niks, vindt Goliath. Hij noemt het een stok. Weet hij veel. Een herdersstaf zegt hem niets. Hoeder van het leven zijn, dat is nog nooit in zijn hoofd opgekomen. Maar dat is wat David juist wil zijn. Daarom gaat hij Goliath tegemoet. Niet om te laten zien hoe sterk hij is. Maar omdat mensen bescherming verdienen tegen bruut en goddeloos geweld. En hij bestrijdt Goliath met andere middelen. Hij gaat niet mee in de wapenwedloop. Hij zoekt het niet in de wapensmederij waar brons en ijzer wordt gegoten. Hij zoekt het bij moeder natuur, in de beek, waar hij gladde stenen vindt om zijn slinger mee te voeden. En dat wapen wordt Goliath fataal. Hij verliest z’n hoofd.
Laten we het verhaal niet mooier maken dan het is. Ook David gebruikt geweld. Wapengeweld. Een slinger was geen kinderspeelgoed. En David weet het zwaard van Goliath te gebruiken. Misschien moeten we daar ons menselijk tekort in zien, dat we niet in staat zijn om het geweld uit te bannen door de kracht van de liefde. We hebben nog wel een weg te gaan als we Jezus willen volgen. Maar de strijd die David levert is een andere dan de strijd die Goliath aan wil gaan. Goliath is uit op overheersing. David is uit op bescherming. Goliath ziet zich helemaal bovenaan staan. Hij is de baas en dient niemand. Zijn leven draait om macht. Er zijn mensen die denken dat dat vrijheid is. David noemt zich nederig een dienaar. Het gaat hem niet om zichzelf. Het gaat hem om anderen. Zijn leven draait om dienende liefde. Liefde voor God en de naaste. Als je daar goed over nadenkt is David misschien wel vrijer dan Goliath. Ik hoop dat we op die manier durven leven, om zo met elkaar de vrijheid te kunnen vieren die God ons geeft. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.